Lucas

‘Opdracht van de Heer’

Jezus wordt naar de tempel gebracht

Jozef en Maria namen Jezus mee naar de tempel in Jeruzalem. Het was veertig dagen na de bevalling. Want zo lang duurt het voordat een vrouw na een bevalling weer rein is. Dat staat in de wet van Mozes.

Jozef en Maria brachten Jezus naar de tempel om hem aan God te laten zien. Want in de wet van God staat: «Elk eerste kind dat een jongen is, is voor God.» Ook brachten ze een offer aan God. Want in de wet staat: «Breng als offer twee tortelduiven of twee gewone jonge duiven.»

Simeon ziet Jezus

In Jeruzalem woonde een man die Simeon heette. Simeon was goed en eerlijk, en trouw aan God. Hij wachtte zijn hele leven al op de redding van Israël. De heilige Geest was in Simeon, en die had hem verteld: ‘Voordat je sterft, zul je de Messias zien die God beloofd heeft.’

De heilige Geest stuurde Simeon naar de tempel. Op hetzelfde moment kwamen ook Jozef en Maria naar de tempel. Zij brachten Jezus daarheen om alles te doen wat verplicht was volgens de wet.

Toen Simeon het kind zag, nam hij het in zijn armen en dankte God. Hij zei:

‘Heer, ik ben uw dienaar.

Nu kan ik rustig sterven,

zoals u mij beloofd hebt.

Want nu heb ik zelf de redder gezien.

U hebt hem gestuurd om alle volken te redden.

Hij is het licht,

Hij wijst de volken de weg naar u.

Hij is de held van uw volk Israël.’

Die dingen zei Simeon over Jezus. Jozef en Maria waren erg verbaasd.