Met Tobia op weg naar Pasen

Laat tijdens de Vasten de levensboom bloeien

Een antwoord bieden aan de kinderen rond het passieverhaal, de kruisiging en de verrijzenis van Jezus is een hele uitdaging tijdens de Vasten en Pasen.

Hoe kunnen we uitleggen dat er na de dood leven is, dat het kruis – teken van marteling – een teken kan worden van hoop en een voedingsbodem is voor ons Christenen?

Dit jaar neemt Tobia jullie mee met de levensboom, net zoals het kruis een levensboom is. Voor kinderen is een boom een symbool: die vruchten geeft, waar we ons kunnen verstoppen, om ons op te warmen. Hij gaat ook naar de zon toe en toont zo de verbinding tussen hemel en aarde.

We wensen jullie een fijne Vasten samen met Tobia!

Passieverhaal

Toen ze de stad uit gingen, kwamen ze een man tegen. Hij heette Simon en kwam uit Cyrene. De soldaten dwongen hem om het kruis te dragen.

Ze kwamen bij de plaats die Golgota heet. Die naam betekent: schedelplaats. Daar gaven ze Jezus wijn met een bittere smaak. Toen hij het proefde, wilde hij het niet opdrinken.

Toen hingen de soldaten Jezus aan het kruis. Daarna verdeelden ze zijn kleren door erom te loten. Ze bleven bij het kruis om Jezus te bewaken.

Boven Jezus’ hoofd hingen ze een bordje. Daar stond op waarom Jezus gedood werd: ‘Dit is Jezus, de koning van de Joden.’

Daarna werden er ook twee andere mannen aan een kruis gehangen, twee misdadigers. Het kruis van Jezus stond tussen de twee andere kruisen in.

De mensen bespotten Jezus

De mensen die voorbijkwamen, lachten Jezus uit. Ze schudden spottend hun hoofd en riepen: ‘Daar hangt de man die de tempel wilde afbreken. En die binnen drie dagen een nieuwe wilde bouwen. Red jezelf! Als je de Zoon van God bent, kom dan van dat kruis af!’

De priesters, de wetsleraren en de leiders van het volk bespotten Jezus op dezelfde manier. Ze zeiden: ‘Andere mensen heeft hij gered. Maar zichzelf redden, dat kan hij niet. Hij is toch de koning van Israël? Dan moet hij maar eens van dat kruis af komen! Dan zullen we in hem geloven. Hij vertrouwde toch op God? Hij zei zelfs dat hij Gods Zoon was! Als God echt van hem houdt, moet hij hem maar redden!’

Ook de twee misdadigers die naast Jezus aan een kruis hingen, begonnen hem uit te schelden.

Jezus roept om God en sterft

Om twaalf uur ’s middags werd het opeens donker in het hele land. Drie uur lang bleef het donker. Toen, om drie uur ’s middags, riep Jezus luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat betekent: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij alleen gelaten?’ De mensen die daar stonden, hoorden het. Sommigen zeiden: ‘Hij roept Elia!’

Meteen pakte iemand een spons. Hij liet die vollopen met zure wijn. Toen deed hij de spons op een stok, en zo gaf hij Jezus te drinken. De anderen zeiden: ‘Nu zullen we eens zien of Elia hem komt redden.’

Maar Jezus riep opnieuw. Toen stierf hij.

Er gebeuren bijzondere dingen

Op hetzelfde moment gebeurde er iets in de tempel. Het gordijn voor de heilige zaal scheurde doormidden, van boven naar beneden.

De grond begon te schudden, de rotsen scheurden doormidden. 52De graven van de doden gingen open. En veel heilige mensen die gestorven waren, stonden op uit de dood. Na de opstanding van Jezus gingen ze naar de heilige stad Jeruzalem. Daar werden ze door veel mensen gezien.

De Romeinse officier en de soldaten die Jezus bewaakten, voelden de grond schudden. Ze merkten wat er allemaal gebeurde. Ze werden erg bang en zeiden: ‘Geen twijfel mogelijk! Hij was de Zoon van God!’

Werkbladeren

Graankorrel die in de aarde valt.

Het voorbeeld van de graankorrel

Er waren ook niet-Joden naar Jeruzalem gekomen om God te vereren op het Paasfeest. Zij gingen naar Filippus toe, die uit Betsaïda in Galilea kwam. Ze vroegen aan Filippus of ze Jezus konden ontmoeten. Filippus ging eerst naar Andreas, en zij gingen daarna samen naar Jezus om dat aan hem te vragen.

Jezus zei: ‘Het moment is gekomen dat de Mensenzoon zijn plaats in de hemel naast God zal krijgen. Luister heel goed naar mijn woorden: Een graankorrel die in de aarde gezaaid wordt, moet sterven. Zolang hij niet sterft, gebeurt er niets. Maar als hij sterft, levert hij veel nieuwe korrels op. Bedenk daarom: Als je je leven het allerbelangrijkste vindt, dan zul je het voor altijd verliezen. Maar als je bereid bent om je leven op aarde op te geven, dan zul je het eeuwige leven krijgen.

Als je mij wilt dienen, volg mij dan. Mijn dienaren zullen zijn waar ik ben. Als je mij dient, zul je eer krijgen van de Vader.’

Gods stem klinkt uit de hemel

Jezus zei: ‘Ik moet nu bijna sterven, ik ben bang. Zal ik bidden: Vader, red mij van de dood? Nee, want ik ben juist op aarde gekomen om te sterven. Daarom bid ik: Vader, laat aan iedereen uw grote macht zien.’

Toen klonk er een stem uit de hemel, die zei: ‘Ik heb mijn macht laten zien, en ik zal het opnieuw doen.’ De mensen die erbij stonden, hoorden het. Sommigen dachten dat ze het geluid van de donder hoorden. Anderen dachten dat er een engel tegen Jezus sprak.

Maar Jezus zei: ‘Die stem sprak niet tegen mij, maar tegen jullie! Nu is het beslissende moment voor de wereld gekomen! Satan zal uit de hemel gegooid worden. En ik zal een hoge plaats krijgen boven de aarde. Dan zal ik alle mensen die bij mij horen, naar mij toe halen.’ Met die hoge plaats bedoelde Jezus niet alleen de hemel, maar ook zijn plaats aan het kruis. Want hij zou aan het kruis sterven.

Werkbladeren

De bronzen slang

De Heer straft het volk met slangen

De Israëlieten reisden verder, van de berg Hor in de richting van de Rietzee. Ze moesten om het land Edom heen reizen.

Onderweg werd het volk ongeduldig. Ze zeiden tegen God en tegen Mozes: ‘Waarom hebben jullie ons uit Egypte weggehaald? Moeten we hier sterven in de woestijn? We hebben geen brood en geen water. En we hebben zo’n hekel aan dat afschuwelijke manna.’

Toen stuurde de Heer giftige slangen op de Israëlieten af. Heel veel mensen werden gebeten en stierven.

Mozes maakt een slang van koper

Toen kwamen er mensen bij Mozes die zeiden: ‘We hebben een grote fout gemaakt. Want we hebben ons verzet tegen u en tegen de Heer. Vraag alstublieft aan de Heer of hij ons van die slangen wil bevrijden.’ Toen bad Mozes voor het volk.

De Heer zei tegen Mozes: ‘Maak een slang van koper en zet die op een paal. Iedereen die gebeten is, moet naar die slang kijken. Dan zal hij blijven leven.’

Mozes maakte een slang en zette die op een paal. Iedereen die gebeten was en die omhoogkeek naar de koperen slang, bleef leven.

Werkbladeren

Handelaars in de tempel

Jezus jaagt de handelaars de tempel uit

Vlak voor het Joodse Paasfeest ging Jezus naar Jeruzalem. In de tempel zag hij handelaars die geld wisselden en mensen die koeien, schapen en duiven verkochten.

Toen maakte Jezus van een stuk touw een zweep, en daarmee begon hij iedereen weg te jagen. Alle koeien en schapen jaagde hij de tempel uit. Hij gooide de tafels van de handelaars omver, zodat al het geld op de grond viel. En hij riep tegen de duivenverkopers: ‘Weg met die duiven! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’

De leerlingen herinnerden zich wat er in de heilige boeken staat: «Mijn liefde voor uw tempel is groot, ik kan aan niets anders denken.» Ze begrepen dat die woorden over Jezus gingen.

Een vraag om bewijs

Toen zeiden de Joodse leiders tegen Jezus: ‘Kunt u met een teken bewijzen dat u dit soort dingen mag doen?’ Jezus antwoordde: ‘Breek deze tempel maar af. Dan zal ik hem binnen drie dagen weer opbouwen.’ De leiders zeiden: ‘De bouw van deze tempel heeft 46 jaar geduurd! En u denkt dat u hem binnen drie dagen kunt opbouwen?’

Maar met de tempel bedoelde Jezus zijn eigen lichaam. Later, toen Jezus was opgestaan uit de dood, herinnerden de leerlingen zich wat Jezus gezegd had. En ze geloofden zijn woorden, en wat de heilige boeken over hem zeggen.

Jezus bleef in Jeruzalem om het Joodse Paasfeest te vieren. Veel mensen gingen in hem geloven toen ze zijn wonderen zagen. Maar Jezus had geen vertrouwen in hen, omdat hij hen allemaal kende. Niemand hoefde hem iets over hen te vertellen. Want hij wist precies hoe mensen van binnen zijn.

De vraag van Tobia

Werkbladeren

Jezus op de berg Tabor

Jezus spreekt met Mozes en Elia

Jezus ging een hoge berg op. Petrus mocht met hem mee, en ook de broers Jakobus en Johannes. Boven op de berg waren ze alleen. De leerlingen zagen dat Jezus veranderde. Zijn gezicht begon te stralen, net als de zon. En zijn kleren werden zo wit als een helder licht.

Opeens zagen de leerlingen Mozes en Elia. Die waren met Jezus aan het praten. Petrus zei tegen Jezus: ‘Heer, het komt goed uit dat wij hier zijn! Als u wilt, maken we hier drie tenten: één voor u, één voor Mozes, en één voor Elia.’ Petrus was nog aan het praten toen er een stralend lichte wolk boven hen kwam. En uit die wolk klonk Gods stem, die zei: ‘Dit is mijn geliefde Zoon. Mijn liefde voor hem is groot. Luister naar hem!’

Toen de leerlingen dat hoorden, lieten ze zich voorover op de grond vallen. Ze waren erg bang. Jezus kwam naar hen toe. Hij raakte hen aan en zei: ‘Sta op. Jullie hoeven niet bang te zijn.’ Toen ze opkeken, zagen ze niemand meer, behalve Jezus.

Toen ze weer van de berg af gingen zei Jezus: ‘Jullie mogen nu nog niet vertellen wat je gezien hebt, aan niemand. Want eerst moet de Mensenzoon opstaan uit de dood.’

De vraag van Tobia

Wist Jezus dat hij God was?

Werkbladeren

Jezus in de woestijn

De duivel wil Jezus laten zondigen

De Geest bracht Jezus naar de woestijn. Daar zou de duivel proberen om Jezus te laten zondigen. Veertig dagen en nachten was Jezus in de woestijn zonder iets te eten. Hij had erge honger gekregen.

Toen kwam de duivel naar hem toe en zei: ‘Jij bent toch de Zoon van God? Zeg dan dat deze stenen in brood moeten veranderen!’ Maar Jezus antwoordde: ‘In de heilige boeken staat: «Alleen van brood kan een mens niet leven. Maar hij leeft van elk woord dat God spreekt.»’

Toen nam de duivel Jezus mee naar Jeruzalem. Hij zette hem op het dak van de tempel, en hij zei: ‘Jij bent toch de Zoon van God? Spring dan naar beneden! Want in de heilige boeken staat: «God geeft zijn engelen de opdracht om je op te vangen. Je zult je voet niet stoten tegen een steen.»’ Maar Jezus zei: ‘In de heilige boeken staat ook dit: «Je mag de Heer, je God, niet uitdagen om zijn macht te bewijzen.»’

Daarna nam de duivel Jezus mee naar een heel hoge berg. Hij liet hem alle machtige koninkrijken van de wereld zien, en hij zei: ‘Ik geef jou al die koninkrijken. Maar dan moet jij voor mij knielen en mij eren.’

Maar Jezus zei: ‘Ga weg, Satan. In de heilige boeken staat: «Kniel alleen voor de Heer, je God, en vereer alleen hem.»’

Toen ging de duivel weg, en meteen kwamen er engelen om voor Jezus te zorgen

De vraag van Tobia

Wat is dat vasten?

Werkbladeren

Aswoensdag

Je moet niet bidden om op te vallen

Als je bidt, laat dat dan niet aan iedereen zien. Schijnheilige mensen doen dat wel. Zij staan graag te bidden in de synagoge en op straat. Want dan kan iedereen hen zien. Luister goed naar mijn woorden: Zij hebben hun beloning al gekregen.

Als je gaat bidden, ga dan je huis in en doe de deur dicht. Dan kun je in het geheim tot je Vader bidden. Je Vader ziet wat er in het geheim gebeurt. En hij zal je belonen.

Jezus legt uit hoe je moet bidden

Als je bidt, moet je niet steeds maar door blijven praten. Dat doen de mensen die andere goden vereren. Ze denken: Hoe meer ik praat, hoe beter mijn god luistert! Dat moeten jullie dus niet doen. Want je Vader weet allang wat je nodig hebt. Dat weet hij al voordat je het gevraagd hebt.

De vraag van Tobia

Voor wie moeten we bidden?